Bertus Aafjes, właściwie Lambertus Jacobus Johannes (Bertus) Aafjes, pseud. Jan Oranje (ur. 12 maja 1914 w Amsterdamie, zm. 22 kwietnia 1993 w Swolgen) – holenderski poeta, prozaik, tłumacz i eseista. Był członkiem redakcji Ad Interim, holenderskiego czasopisma literackiego o profilu czysto artystycznym.
Twórczość W pierwszym okresie twórczości (1936-1952) tworzył konwencjonalne poezje, korzystając z tradycyjnych motywów romantycznych. W latach 1940–1947 opublikował Gedichten (Wiersze) jako zbiór 8 tomików poezji. Był autorem aforyzmów Per slot van rekening (W ostatecznym rozrachnuku). Posługiwał się także motywami historyczno-mitologicznymi: egipskimi – sonet Het koningsgraf. Honderd en een sonnetten (Grób króla) oraz biblijnymi – In den beginne (Na początku). Sławę przyniósł mu w roku 1949 poemat Een voetreis naar Rome (Piesza podróż do Rzymu), opisujący podróż którą odbył w roku 1936. Nieco wcześniej (1945), jedna z części poematu uzyskała prywatną nagrodę literacką za najlepszy wiersz napisany w czasie wojny.
Był także autorem scenariuszy do komiksów do Mannetje Bagatel (1946), Kleine Isar, de Vierde Koning (1962), Peter-kersen-eter (1943) i De Vrolijke Vaderlandse Geschiedenis (1948).
W latach 50. XX wieku pisał eseje. W roku 1953 ukazały się Drie essays over experimentele poëzie (Trzy eseje o poezji eksperymentalistów), które stanowiły dość ostrą w wymowie krytykę poezji młodszego pokolenia, tzw. Vijftigers. Poglądy tam zawarte Aafjes później odwołał. Pomimo tego naraził się na konflikt z wpływowymi ośrodkami literackimi Holandii.
Począwszy od drugiej połowy lat 50. dużo podróżował odwiedzając m.in. Włochy, Grecję i Egipt. Swe wrażenia opisał w licznych reportażach i szkicach, wydanych w kilkunastu zbiorach. W latach 1969–1973 wielokrotnie odwiedzał Japonię, dzięki którym powstał cykl opowiadań kryminalnych z udziałem XVIII-wiecznego sędziego, wydany w roku 1982 pt. Rechter Ooka-mysteries (Tajemnice sędziego Ooka).
W latach 1972–1980 w Afryce, w ramach organizacji charytatywnej „Terre des Hommes”, prowadził działalność pomocową na terenach objętych klęskami żywiołowymi. Po dłuższej przerwie, w roku 1981, wydał tomik wierszy erotycznych Deus sive natura (Bóg czyli natura). W tym okresie dokonywał przekładów i przeróbek poezji staroegipskiej, greckiej (Odyseja), niemieckiej (Des Knaben Wunderhorn) i średniowiecznej (Brandaen). Powrócił też do tworzenia aforyzmów, czego dowodem jest zbiór Zeventien aforismen (Siedemdziesiąt aforyzmów).
Poezje zebrane ukazały się w roku 1990 pt. Verzamelde gedichten 1938-1988.
Wybrane utwory (chronologicznie) 1936 – Het Italiaanse Maria-lied, w: De Gemeenschap 1940 – Het gevecht met de muze 1941 Amoureus liedje in de morgenstond Het zanduur van de dood, w: Helicon 1942 – Een laars vol rozen, reisverslag 1943 Gerrit Achterberg, de dichter van de sarcofaag. Aantekeningen bij zijn poëzie Peter-Kersen-eter De ark 1944 Per slot van rekening (W ostatecznym rozrachunku) Omne animal Elf sonnetten op Friesland Verzen en vrouwen De laatste brief Kleine catechismus der poëzie Bid, kindje, bid! De tooverfluit 1945 Boeren. Open brief van het land Lafaard of geus? Dichters van later tijd In het Atrium der Vestalinnen, fragmenten In het Atrium der Vestalinnen en andere fragmenten 1946 Bevrijdingsdag Een voetreis naar Rome (Piesza podróż do Rzymu) Maria Sibylla Merian, gedicht De zeemeerminnen 1947 Gedichten (Wiersze) Douderideine 1948 De vogelvis Het koningsgraf. Honderd en een sonnetten (Grób króla) De driekoningen Laat nu al wat Neerland heet Circus Egyptische brieven 1949 In den beginne (Na początku) De lyrische schoolmeester, gedicht Het kinderkerstboek De reis van Sinte Brandaan, herdicht door Bertus Aafjes 1950 – Arenlezer achter de maaiers. Kronieken over kleine maar vergeten bijzonderheden in het Oude en het Nieuwe Testament 1952 – Vorstin der landschappen. Een reis door het Heilige Land 1953 De karavaan Drie essays over experimentele poëzie (Trzy eseje o poezji eksperymentalistów) 1954 – Morgen bloeien de abrikozen, roman 1955 – De blinde harpenaar. De liefde, het leven, het geloof en de dood in de poëzie der oude Egyptenaren 1956 – Logboek voor 'Dolle Dinsdag' 1957 – Capriccio Italiano. Een reisboek over Italië 1958 De vrolijke vaderlandse geschiedenis. Deel I. Van de Batavieren tot de Gouden Eeuw De vrolijke vaderlandse geschiedenis. Deel II. Van de Gouden Eeuw tot nu 1959 Het Troje van het Carboon Goden en eilanden, een reisboek over Griekenland De wereld is een wonder, reisverslag 1960 Het Hemelsblauw Dag van gramschap in Pompeji In de schone Helena, reisverslag 1961 Levende poppen De dikke en de dunne Anneke's avontuur De verborgen schat Muziek op het kasteel Tante Ibeltje De schippersjongen Stuurman Roel De lachende krokodil De geheimzinnige diamant 1962 De Italiaanse postkoets, verhalenbundel Odysseus in Italië, reisverslag 1963 De fazant op de klokkentoren Omnibus, prozafragmenten Kleine Isar, de vierde koning, stripverhaal 1965 Het gevecht met de Muze, verhalenbundel Dooltocht van een Griekse held, reisverslag 1967 Per en Petra en het geheim van de bouwkunst Maria Sibylla Merian en andere gedichten Drie van Bertus Aafjes, gedichten 1968 De denker in het riet Die te Amsterdam vaak zei: Jeruzalem 1969 Een ladder tegen een wolk De rechter onder de magnolia Kito en Poelika Kito vindt Poelika 1971 De koelte van de pauwenveer, verhalen Mijn ogen staan scheef. Zwerftochten door het land van de Mikado 1973 Een lampion voor een blinde of De zaak van de Hollandse heelmeesters, verhalen („Boekenweekgeschenk”) De vertrapte pioenroos 1974 – De laatste faun 1976 Limburg, dierbaar oord In de Nederlanden zingt de tijd 1979 Het rozewonder Mei, mengelwerk Deus sive Natura (Bóg czyli natura) 1980 Rijmpjes en versjes uit de vrolijke doos Tussen schriftgeleerden en piramiden 1981 – Drie gedichten over Amsterdam 1982 – Rechter Ooka-mysteries (Tajemnice sędziego Ooka) 1983 – Homeros' Odyssee en Dooltocht van een Griekse held, reisverslag 1984 Zeventien aforismen (Siedemdziesiąt aforyzmów) De wereld is een wonder, reisverhalen uit twaalf landen 1985 – De val van Icarus 1986 – De mysterieuze rechter Ooka. Japanse speurdersverhalen 1987 De sneeuw van weleer, autobiografie Het hemd van een gelukkig mens. Sprookjes uit een verre wereld, jeugdboek 1990 Verzamelde gedichten 1939-1988 De sprookjesverkoper. Sprookjes van heinde en verre 1991 – Griekse kusten, reisverhalen 1992 De eeuwige stad. Rome in verhalen en herinneringen De zee, gedichten De parels
Przypisy
Bibliografia
Kategoria:Holenderscy pisarze Kategoria:Holenderscy scenarzyści komiksów Kategoria:Holenderscy eseiści Kategoria:Holenderscy poeci Kategoria:Holenderscy tłumacze Kategoria:Ludzie urodzeni w Amsterdamie Kategoria:Urodzeni w 1914 Kategoria:Zmarli w 1993